 |  |  |
 | 1964 - 2010 |  |
 | 2010 |  |
 |  Seniorprijs: Professor Dr. J.H. (Jos) Beijnen, Apotheek Slotervaartziekenhuis-Het Nederlands Kanker Instituut Amsterdam. Prijswinnaar kreeg de prijs unaniem voor zijn enorme wetenschappelijke oevre (1000+ publicaties, H index 61). Daarnaast de impact van die publicaties. Die is groot; de databank Scopus geeft geen citatie-aantal omdat dit het maximum te boven gaat. En tot slot: hij heeft een zeer groot aantal promovendi ‘afgeleverd’ tijdens zijn carriere die nog (lang) niet als afgesloten beschouwd kan worden (79). Juniorprijs: Drs. L.G.M. (Laura) Daenen, arts-onderzoeker in het UMC Utrecht, die tijdens haar studie geneeskunde een stage aan de University of Toronto, Canada, Dept. of Molecular and Cellular Biology Research volbracht. Zij heeft in preklinische muismodellen de effecten van een nieuwe klasse anti-tumor medicijnen, vascular disrupting agents, onderzocht in combinatie met laaggedoseerde 'metronomische' chemotherapie. |  |
 | 2008 |  |
 |  Seniorprijs: Prof. Dr. Bert Leufkens, hoogleraar in de farmaco-epidemiologie en voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Prijswinnaar kreeg de prijs unaniem voor zijn totale, en bijzonder gevarieerde wetenschappelijk oeuvre. Juniorprijs: Ir. Christiaan Nijst, student aan de Technische Universiteit Eindhoven, die zijn stage aan het MIT te Boston volbracht en daar een unieke procedure ontwikkeld heeft met betrekking tot nieuwe bio-afbreekbare elastische materialen. Beide prijzen werden tijdens de FIGON-dagen uitgereikt. |  |
 | 2006 |  |
 |  Seniorprijs: Prof. Dr. Frans Nijkamp, hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Universiteit van Utrecht. Centraal thema in zijn onderzoek is de immunofarmacologie van de ontstekings- en afweerreactie, met als klinisch toepassingsgebied veelal de luchtwegen. Juniorprijs: Chantal Verkleij, afgestudeerd in de biofarmaceutische wetenschappen aan de Universiteit van Leiden, zij bracht haar stage door aan het Scripps Institute in San Diego. |  |
 | 2004 |  |
 | Seniorprijs: Prof. Dr. Albert Osterhaus, viroloog
voor zijn internationaal toonaangevende positie binnen zijn vakgebied. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste speicalisten op het gebied van virale infecties. Juniorprijs: Daan Geerke, promovendus aan het ETH instituut in Zurich |  |
 | 2002 |  |
 |  Prof. Crommelin
Prof. Meijer De jury beschouwt beide professoren als initiators en internationaal gerespecteerde ambassadeurs van een veld van onderzoek waarin de Nederlandse farmacie een vooraanstaande rol speelt. |  |
 | 2000 |  |
 |  prof. dr. D. Postma voor haar uitstekende werk op het gebied van de werking van ontstekingsremmers bij chronische luchtwegobstructies en astma |  |
 | 1998 |  |
 | prof. dr. H. Timmerman voor zijn vele bijdragen aan het geneesmiddeleondrzoek en in het bijzonder het farmacologisch en farmacochemisch onderzoek met betrekking tot de histamine receptoren |  |
 | 1995 |  |
 | prof. dr. J.W. ten Cate voor zijn baanbrekend wetenschappelijk onderzoek op het gebied van geneesmiddelen voor de behandeling van diverse bloedziekten |  |
 | 1992 |  |
 | prof. dr. M.A.D.H. Schalekamp voor zijn bijdragen aan de kennis van de werking van bloeddruk-verlagende middelen en het ontstaan van hypertensie |  |
 | 1989 |  |
 | prof. ir. E.H. Houwink
prof. dr. W. Olijve gezamenlijk voor het ten nutte maken van de biotechnologie voor de industriële ontwikkeling van humane en veterinaire geneesmiddelen, vaccins en diagnostica dr. J.D.A. van Embden
prof. dr. F.K. de Graaf
dr. J.H. Meyerink
dr. F.R. Mooi gezamenlijk voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van twee veterinaire vaccins, als eerste ter wereld ontwikkeld met behulp van de recombinant-DNA technologie |  |
 | 1986 |  |
 | prof. dr. D. de Wied voor zijn bijdragen aan de kennis van de neuro-endocrinology, in het bijzonder de neuropeptiden |  |
 | 1983 |  |
 | prof. dr. E.A. Loeliger
dr. J. Roos
drs. J.G.P. Tijssen
drs. W.A. de Vries gezamenlijk voor hun onderzoek van antistolling ter preventie van tweede hartinfarcten |  |
 | 1980 |  |
 | dr. A.H.W.M. Schuurs
dr. B.K. van Weemen gezamenlijk voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van de enzyme-immunoassay dr. E. van der Kleyn
dr. A. van der Kuy gezamenlijk voor het geheel van de farmaceutische zorg (recepten, distributie, plasmaspiegels, voorlichting) in het ziekenhuis, die individuele therapie mogelijk maakt |  |
 | 1979 |  |
 | dr. H.H. Cohen als leider van een multi-disciplinaire groep voor zijn bijdrage in de productie van kwalitatief hoogwaardige D.K.T.P. vaccins |  |
 | 1978 |  |
 | prof. dr. H.K.A. Visser
prof. dr. J.J. van der Werff ten Bosch
dr. R. Steendijk gezamenlijk voor het initiatief tot de oprichting in 1963 en het werk dat zij hebben verricht voor de Groeistichting |  |
 | 1976 |  |
 | prof. dr. H.M. van Praag voor zijn werk op het gebied van de stofwisseling van centrale neorotransmitters in relatie tot psychopathologische storingen |  |
 | 1974 |  |
 | prof. dr. J. Polderman
voor zijn bijdragen tot de ontwikkeling van de farmaceutische technologie dr. J.D.H. Homan
voor de fundamentele ontwikkeling van geneesmiddelen met corticotrope werking |  |
 | 1972 |  |
 | prof. dr. E.J. Ariëns voor fundamenteel onderzoek naar de interactie tussen geneesmiddelen en hun receptoren |  |
 | 1970 |  |
 | dr. G.P van Rees
voor zijn onderzoek naar de neuro-endocriene regulatie van de oestruscyclus van de rat dr. J. van der Vies
voor zijn research- en ontwikkelingswerk op het gebied van de farmacology |  |
 | 1969 |  |
 | prof. dr. J.A. Cohen
prof. dr. H. Jansz
dr. R.A. Oosterbaan gezamenlijk voor hun werk op het gebied van choline-esterase |  |
 | 1968 |  |
 | dr. Z. Zwaveling
voor zijn onderzoek naar de praktisch toepassing van cytostatica dr. H.J. Thomasson
voor zijn werk op het gebied van biogene aminen, hartsteroïden en hun derivaten en op het gebied van het katapressan |  |
 | 1967 |  |
 | dr. D.A. van Dorp
dr. H.J. Thomasson gezamenlijk voor hun arbeid op het gebied van de essentiële onverzadigde vetzuren en de prostaglandines |  |
 | 1965 |  |
 | prof. dr. E. Havinga
dr. G.A. Overbeek
dr. E.H. Reerink gezamenlijk voor hun belangrijke arbeid op het gebied vanrespectievelijk de fotochemie, farmacologie en toegepaste chemie van geneeskrachtige steroïden. |  |
 | 1964 |  |
 | dr. A. Manten voor baanbrekend werk op het gebied van de samenwerking van bacteriebestrijdende stoffen |  |