 Introductie
Tijdens mijn studie scheikunde in Nijmegen heb ik altijd gedroomd van een stage in het buitenland. Het leek me geweldig, een paar maanden in een andere omgeving, een andere cultuur te leven. En daarbij natuurlijk, het echt zelfstandig zijn, zelf alles regelen, ver van vrienden en familie. Tijdens mijn eerste gesprek over mijn hoofdvak bio-organische chemie met prof. Jan van Hest werd het duidelijk dat er allerlei mogelijkheden waren om in een ander land een tijdje onderzoek te doen. Mijn voorkeur ging uit naar de Verenigde Staten, meteen maar zo ver mogelijk. Mijn beeld van dit land was wat aan de negatieve kant, vooral door de nieuwsberichten en algemene verhalen die ik hoorde. Ik was benieuwd of mijn (voor)oordeel over Amerika klopte met de werkelijkheid. Werk en Onderzoek
Van april tot en met november 2003 heb ik als research fellow stage gelopen aan de University of Delaware in de groep van prof. Kristi Kiick. Daar heb ik onderzoek gedaan naar structurele glycoproteines. Kristi’s groep heeft me zeer warm ontvangen. Een opvallend verschil met Nederland waren de andere werktijden. Niet strikt van 9 tot 6, maar alles wat losser. Bijvoorbeeld ’s middags naar het sportcentrum en ’s avonds langer doorwerken. Wanneer ze geen afspraken hadden in het weekend, gingen mensen gewoon naar de universiteit om te werken. Het lab waar ik werkte was goed uitgerust en ik heb de indruk dat dit in het algemeen geldt in de Verenigde Staten. Er gaat duidelijk meer geld naar universitair onderzoek dan in Nederland. Wonen en leven
Omdat op de campus alleen kamers verhuurd werden voor een collegejaar, ben ik via een advertentie op de website van de universiteit terechtgekomen in een huis met twee andere meisjes. Ik had een eigen gemeubileerde kamer. Een eigen kamer is best een luxe; in de studentencomplexen moeten twee mensen een kamer delen. Het stadje Newark, waar de universiteit staat, is erg ruim opgezet, met veel parken, vrijstaande huizen met grote tuinen. Opvallend genoeg werd daar weinig gebruik van gemaakt. In mijn buurt zaten mensen alleen buiten om te barbecuen; een huis met airco vonden ze veel lekkerder. En wandelen, daar moesten ze al helemaal niet aan denken. Omdat ik geen rijbewijs had, ging ik elke dag op de fiets naar het lab. Dat is niet ideaal. Het verkeer is niet ingericht voor fietsers en de fietsen zelf vond ik ook niet veilig. Er zit bijvoorbeeld geen licht op en om dan uit te gaan op de fiets is erg vervelend. Meestal kwamen vriendinnen me dan ophalen met de auto. Waar heb ik echt van staan kijken is het alcoholgebruik in het verkeer. Om naast mijn stage ook iets anders te doen, ben ik bij een universiteitsorkest gegaan. Ik had mijn dwarsfluit meegenomen en het leek me een goede manier om andere mensen, buiten het lab, te leren kennen. Ook speelde ik in een fluitensemble en had ik muziekles. Dit vond ik geweldig en ik heb er veel plezier aan beleefd.  In de omgeving heb ik allerlei steden bezocht. Philadelphia was maar een uur rijden en New York 2,5 uur. Deze twee steden heb ik een aantal keren bezocht. Ook in de buurt ligt het erg fraaie landgoed Hagley waar het chemieconcern DuPont is ontstaan. Met mijn ouders ben ik in Washington geweest, weer een totaal andere stad dan New York. Met twee vriendinnen Robin en Lisa heb ik Robin’s ouders bezocht in Ohio. Dit was een staat die me meer aan Nederland deed denken dan Delaware. Ik was er rond Halloween, dus we hebben nog een aantal mooie pompoenen gemaakt. Achteraf gezien had ik misschien wat meer uitstapjes moeten maken, maar dit is een goede reden om nog eens terug te gaan. Financiën
Een buitenlands avontuur kost over het algemeen meer geld dan het leven in Nederland. Voor mij stond vast dat ik zou gaan, maar financiële hulp was mooi meegenomen. De standaardbeurzen die via een universiteit beschikbaar zijn gelden over het algemeen alleen voor Europa en de beurzen die ik vond, specifiek voor de Verenigde Staten, waren bedoeld om onderwijs te volgen, niet om onderzoek te doen. Uiteindelijk ben ik via de website van het Nuffic in contact gekomen met de Dr. Saal van Zwanenbergstichting. Omdat mijn onderzoek aan de eisen voldeed voor een beurs heb ik een aanvraag ingediend, die gehonoreerd is. Amerika is een duur land, niet alleen qua huisvesting, maar ook het zelf klaarmaken van eten. Ik houd niet van fast food en kook graag zelf; elke maand was ik een paar honderd dollar kwijt alleen al aan levensmiddelen. En ik wilde genieten van mijn tijd daar, zonder me zorgen te hoeven maken over elke dollar die ik uitgaf. Ik ben de Dr. Saal van Zwanenberg-stichting erg dankbaar voor de financiële steun tijdens mijn stage. Mijn beeld van de Verenigde Staten is niet wezenlijk veranderd, het is wel een stuk genuanceerder geworden. Achteraf gezien is een van de opvallendste kenmerken van de Amerikanen dat ze zo vriendelijk en behulpzaam zijn. Misschien niet altijd oprecht, maar de omgeving waarin je leeft, lijkt wel een stuk aardiger dan Nederland.
Ik raad iedereen aan eens een tijd alleen in een ander land door te brengen, alleen al voor de ervaring. Voor mij is deze stage in de Verenigde Staten een van mooiste periodes tijdens mijn studie geweest.
|