Over de Stichting Dr. Saal van Zwanenberg Prijzen Fellowships Lezing Aanmelden
Homepage > Fellowships > Verslagen verstrekte fellowships > Onno Holleboom
  Sefanja Achterberg
  Annelies Agterof
  Marijke van Aken
  Maarten Anderegg
  Hanna van Antwerpen
  Edwin van Asseldonk
  Martijn van Attekum
  Karlijn Bastiaansen
  Mirjam Belderbos
  Sophie Bernelot Moens
  Gerard Boink
  Sarah Bovenberg
  Hans Buiter
  Dorith Claushuis
  Jonathan Coutinho
  Laura Daenen
  Hannah Degeling
  Mila Donker
  Karyn Feenstra
  Marlou Florack
  Fieke Froeling
  Daan Geerke
  Thijs Giezen
  Rubi de Groot
  Sasja Heetveld
  Hanke Heun
  Onno Holleboom
  Sascha Hoogendoorn
  Luc Jansen
  Janneke Jaspers
  Charlotte Keyzer
  Joris Koetsveld
  Job Komen
  Hidde Kroon
  Marijn Kuijpers
  Maayke Kuijten
  Arjan van Laarhoven
  Hiddo Lambers Heerspink
  Nadine Mascini
  David Maussang-Detaille
  Monique van Meegeren
  Maurits van Meer
  Vincent de Meijer
  Marieke Meijs
  Gwenn Mulder
  Robert Neijzen
  Christiaan Nijst
  Kees-Pieter Paul
  Vincent Pelgrom
  Daniël van Raalte
  Annemarie van Rossum
  Sanne Schoffelen
  Robbert Strijbosch
  Marvin Tanenbaum
  Rosalie Teeuwen
  Karin Theune
  Irma van Tuijl
  Chantal Verkleij
  Hanneke Vlaming
  Robbert de Vries
  Annick van de Ven
  Maudy Walraven
  Femke van de Water
  Lianne Willems
  Lieke Winkelmolen
  Michel Wissing
  Lot de Witte
  Annelien Zweemer
Onno Holleboom
Persoonlijk verslag

Kreeg ik toch een hospita
Sara was 75. Een kwart eeuw eerder was haar tweede man vertrokken. Sindsdien laat ze onderhuurders meebetalen aan de maandelijkse lasten. Voor de medebewoners van het gebouw aan de 104e straat van Manhattan en voor de portiers, congierges en onderhoudsmannen heetten wij ‘vrienden van de familie’ die kwamen logeren. Hongaarse vrienden, Japanse, Russische, Nederlandse, Braziliaanse vrienden. Ze woont op de begane grond van een massief bakstenen gebouw uit het begin van de 20e eeuw.
Het ligt aan Central Park West, ongeveer vijftig straten boven Columbus Circle, waar Robert de Niro met hanekam in Taxi Driver een aanslag op de presidentskandidaat beraamde. En zo’n dertig blokken boven de plek waar John Lennon woonde en vermoord werd, en waar bij een Imagine-mozaïek in Central Park dagjesmensen neprozen in folie neerleggen. En drie straten van Broadway, tien van de campus van Columbia, en 64 van het ziekenhuis van Columbia, die ik elke dag heen en terug fietste. Heen langs de Hudson via Riverside Drive, waar de mensenonthoofder uit een van de Seinfeldafleveringen zou wonen en waar volgens de Fat Man uit de House of God de beschaving ophield en het Wilde Westen (in casu: New Jersey) zou beginnen. Terug over Broadway, door Spanish Harlem, waar ik me verschillende keren in Barcelona maar ook in Midden-Amerika waande.
Je kan natuurlijk ook zuidwaarts fietsen, door het park, langs het meer waaraan Jackie Onassis haar naam gaf en waarlangs Dustin Hofmann traint in Marathon Man. Dan dus via Columbus Circle Broadway op, de stalen canyons in die Billie Holiday bezingt. Al snel volgt dan Times Square, zo snel mogelijk over heen te fietsen. Dan volgt de vlakte van relatieve laagbouw tussen midtown en downtown Manhattan, met wijken als Chelsea en Soho. Daarna inderdaad downtown Manhattan, via het stadhuis, Ground Zero rechts latend, de Brooklyn Bridge op, zwaaien naar het vrijheidsbeeld en fietsen door Dumbo, het broeinest voor creatievelingen in het oude industriegebied in Brooklyn (van Breukelen; motto: ‘Eendracht maakt magt.’) onder de Manhattan Bridge, waar deze hipsters in een territoriumconflict verwikkeld zijn met de aartsconservatieve joodse gemeenschap van Williamsburg. Dan maak je een bocht naar Greenpoint, een Poolse wijk waar je zelfs af en toe opgevoerde Volkswagens met euro-house uit de speakers hoort langsrijden, en waar pizza bij Carmine’s verplicht is. Op het strandje aan de East River, naast de oude Pfizerschoorsteen, waar aan de eerste penicillines gewerkt werd, kijk je terug naar Manhattan, zittend tussen hipsters, joden, Polen, Italianen.

Gevaarlijk New York
Ik heb hierboven eigenlijk zomaar wat opgeschreven. Wat ik ermee wil zeggen, is dat New York gevaarlijk is. Niet omdat het een onveilige stad is. Gulliani en nu Bloomberg hebben Central Park en Manhattan schoongeveegd en opgeruimd. Wie zoekt naar de stoere, ongure stad van gangs en criminaliteit, komt bedrogen uit. New York is nu een van de veiligste steden van de VS. Het ongure imago is gebaseerd op het failliete en leeggelopen New York van de jaren zeventig, van net na de suburbaniatie en voor de reurbanisatie, waarin slechts de kansarmen en het schorem achterbleven, en waarin huisbazen in The Bronx hun eigen huizen in brand staken omdat de verzekering meer uitkeerde dan de weinige en arme huurders aan huur betaalden.
Het gevaar van New York schuilt hem in de verslavendheid van de stad. Ik denk er nu al een jaar werkelijk elke dag aan terug, en wil dan ook terug. Naar die heel rare stad, met een erg klein centrum op een eiland – de noodzaak tot het bouwen van wolkenkrabbers – en buitenwijken die door de waterscheiding soms direct als suburbia aandoen. Ik ben een beetje verknocht geraakt aan de internationale gemeenschap, de anti-Bush-stemming, de bitsheid van veel mensen en de centrale rol die de stad speelt, misschien nog wel meer in de wereld dan in de VS.

Tall lab
Het onderzoek aan het eind van de doctoraalfase van geneeskunde smaakte naar meer. Ik nam deel aan twee projecten rond het metabolisme van HDL, het goede cholesterol, bij de vakgroep Vasculaire Geneeskunde van professor John Kastelein. Het onderzoek vereiste een manier van denken die me herinnerde me aan het puzzelen op wiskundevraagstukken en Latijnse teksten op het vwo, en die ik tijdens de geneeskundecolleges niet vaak gebruikt had. Stoutmoedig schreef ik brieven naar verwante vakgroepen op MIT, Harvard en Columbia. Hierop nodigde professor Alan Tall me uit om in zijn lab te komen werken.
Van begin februari tot half augustus 2004 heb ik als fellow onderzoek verricht op de afdeling Molecular Genetics van Columbia University Medical Center. Ik heb er met veel plezier en grote interesse gewerkt. Ik ben van mening dat het dagelijkse overleg met professor Tall mijn onderzoeksblik gescherpt en verdiept heeft. Het was een erg goede kans om onder persoonlijke begeleiding fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te leren. Bovendien vond ik het een voorrecht te mogen werken met het internationale team in het Tall lab.

Het lab richt zich op moleculair medisch onderzoek. Celbiologie en muisgenetica worden gebruikt om de basale aspecten van de pathogenese van atherosclerose op te helderen. Een groot onderwerp binnen dit gebied wordt gevormd door de moleculaire mechanismen achter de atheroprotectieve cholesterol-efflux uit cellen, en de regulatie van deze processen. De efflux komt tot stand door de interactie van apoA-I, een cholesterolkoerier, met ABCA1, een cholesterol-transporteiwit in de celmembraan. Het lab onderzoekt de transcriptionele regulatie van ABCA1-genexpressie, en de regulatie van afbraak van het ABCA1-eiwit. Dit heeft geleid tot de ontdekking van een groep transcriptiefactoren (LXRs) die op gecoördineerde wijze cellulaire cholesterol-efflux en reverse cholesterol transport reguleren. Het reverse cholesterol transport is een belangrijk mechanisme dat beschermd tegen atherosclerose, omdat in dit mechanisme cholesterol vanuit de vaatwand waar atherosclerose ontstaat, wordt teruggetransporteerd naar de lever, waar het wordt uitgescheiden. ApoA-I is in dit proces de koerier van het cholesterol; samen vormen koerier en pakket het 'goede' HDL(high density lipoprotein)-cholesterol.
Op posttranscriptioneel niveau wordt het ABCA1-eiwit gestabiliseerd door het binden van apoA-I, waardoor langer en meer efflux van cholesterol naar apoA-I mogelijk wordt en zo meer vorming van HDL-cholesterol en daarmee vaatbeschermend reverse cholesterol transport. Deze stabilisatie wordt gemedieerd door verminderde eiwitafbraak calpain-proteases, waarbij een PEST-sequentie in het ABCA1-eiwit een belangrijke rol speelt.
Ik heb meegewerkt aan onderzoek naar de invloed die TNFa (tumor necrosis factor alpha, een spil in vele ontstekingscascades) heeft op het ABCA1-eiwit. Tot voorheen werd TNFa vooral een atherogene rol toegedicht: het zou atherosclerose versterken. Ik heb onder andere laten zien dat TNFa op dosis- en tijdsafhankelijke wijze ABCA1 induceert, en dat LXRs en TNFa - een model voor de atherosclerotische omgeving - op synergistische wijze ABCA1-eiwit induceren. Deze effecten tonen een atheroprotectieve rol van TNFa aan. Daarnaast leggen zij een link tussen ontstekings- en lipidenmetabolisme (zie ook bijgevoegd verslag en artikel in PNAS).'

De substantiële financiële ondersteuning door de dr. Saal van Zwanenbergstichting stelde me in staat deze onderzoeksprojecten uit te voeren. Ik ben van mening dat de stichting een essentiële taak op zich neemt door jonge onderzoekers werkelijk op weg te helpen met hun wetenschappelijke ambities. De stichting is hiermee uniek in zijn soort.

www.columbia.edu
www.alantall.org
Downloads

Copyright © 2010 Merck Sharp & Dohme Corp., a subsidiary of Merck & Co., Inc., Whitehouse Station, N.J., U.S.A.