 Introductie
Als geneeskundestudent aan de Universiteit Maastricht ben ik in de preklinische fase van de opleiding geïnteresseerd geraakt in het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Van twijfel was dan ook geen sprake toen de gelegenheid zich aandiende om voor de duur van een jaar als ‘research student’ aan de slag te gaan in Boston, Verenigde Staten. Uit een reeds bestaande samenwerking tussen Prof. Dr. Leonard Hofstra uit Maastricht, waarvoor ik als student-assistent werkte en Dr. Khalid Shah, oprichter van het Neurotherapy and Imaging Laboratory te Boston ontstond een onderzoeksvoorstel waarover ik vanaf het allereerste begin zeer enthousiast was. Binnen enkele maanden werden de juiste omstandigheden geschapen om een jaar optimaal te kunnen werken aan het verwezenlijken van dit voorstel. Voordat ik het wist, diende zich de dag van 18 april 2008 aan en begon op Logan International Airport een onvergetelijk en zeer leerzaam avontuur. Onderzoek
In Boston werd ik opgenomen in het Neurotherapy and Imaging Laboratory van Dr. Khalid Shah. Dit laboratorium is gevestigd in het Massachusetts General Hospital (MGH) en verbonden aan de medische faculteit van Harvard University (Harvard Medical School, HMS). Het lab richt zich in het bijzonder op het ontwikkelen van alternatieven voor de tot op heden tekortschietende therapie voor glioblastoma multiforme (GBM), de meest voorkomende en meest agressieve primaire hersentumor. Binnen de experimentele behandelingen spelen neurale stamcellen een cruciale rol. De groep van Dr. Shah heeft in het verleden aangetoond dat neurale stamcellen in hoge mate worden aangetrokken door GBM cellen, hetgeen hen tot ideale transporteurs maakt voor therapie. Tevens is dit lab erin geslaagd de neurale stamcellen zodanig te modificeren dat toxische eiwitten worden uitgescheden die tumor-specifieke celdood teweegbrengen van de GBM cellen . Deze innovatieve therapie bevindt zich op dit moment in de fase van dierproeven, waarvan de resultaten veelbelovend zijn.
In mijn project stond het ontwikkelen van een extra peiler voor deze therapie centraal. Deze peiler richt zich op het beïnvloeden van het microRNA profiel van de GBM cellen. MicroRNA’s zijn genetische componenten die genexpressie reguleren door de vertaling van hun ‘doelwitgenen’ in eiwitten te verhinderen. In de afgelopen jaren is aangetoond dat een breed scala aan ziekten, waaronder kanker is geassocieerd met een verstoord microRNA profiel. Met betrekking tot GBM gaat de aandacht hierbij voornamelijk uit naar een specifiek microRNA, miR21. Zo toonde recent onderzoek van een collega-groep uit Boston aan dat remming van miR21 in GBM cellen in vitro leidt tot een sterke afname van het agressieve karakter door gedaalde invasiviteit en migratiecapaciteit. Op basis van deze gegevens was het doel van mijn project het ontwikkelen van een nieuwe wijze van miR21 remming bij GBM om de effectiviteit van stamceltherapie te vergroten. Uit de gesprekken die ik in de aanloop naar mijn stage met Dr. Shah had gevoerd was reeds gebleken dat er binnen dit lab ruimschoots ervaring was in het trainen van nieuwe studenten. Hierin ben ik zeker niet teleurgesteld. Ik kwam in Boston aan als een onervaren student in dit veld. Dankzij de gedegen begeleiding van Dr. Shah en zijn post-docs nam mijn mate van zelfstandigheid met de dag toe. De ontvangen hulp bij het opdoen van de benodigde vaardigheden in het lab, het vinden van de juiste achtergrondinformatie en het ontmoeten van de juiste externe partijen heeft mijn productiviteit gedurende het jaar sterk vergroot en als een katalysator gewerkt op mijn werkplezier. Het is daarbij fascinerend om in een onderzoekinstituut als MGH omringd te zijn door onderzoekers met een minstens zo hoge ‘vibe’. Door deze mensen aan het werk te zien en te spreken heb ik enorm veel geleerd over onderzoekssystematiek en onderzoeksethiek. Op dit laatste vlak ben ik soms geschrokken van de effecten van de moordende concurrentie tussen laboratoria onderling. Door de wijze waarop onderzoek in de Verenigde Staten wordt gefinancierd en de eisen die Harvard Medical School aan haar hoofdonderzoekers stelt, worden collegae soms elkaars directe concurrenten. Het is moeilijk te verteren dat in een gerenommeerd instituut als HMS zoveel meer efficiëntie zou kunnen worden behaald als men meer zou samen werken, zeker gezien de enorme maatschappelijke relevantie van de projecten. Dankzij het grote netwerk van Dr. Shah kon in mijn geval gelukkig toch intensief worden samengewerkt met andere afdelingen. Tevens werd ik in staat gesteld aan klinisch onderwijs van de faculteit deel te nemen, waardoor de ‘touch’ met de klinische geneeskunde in stand gehouden werd. Gedurende mijn verblijf zijn duidelijke stappen gezet richting het verwezenlijken van eerdergenoemd doel. We zijn erin geslaagd een nieuwe remmer voor miR21 te verpakken in een adeno geassocieerd virus (AAV). GBM cellen geïnfecteerd met dit virus werden in vitro sterk geremd in hun migratie capaciteit en invasiviteit. Bij mijn vertrek uit Boston waren reeds dierproeven geïnitieerd om het effect van deze behandeling in vivo te valideren. Vanzelfsprekend had ik deze experimenten het liefste zelf ondernomen, maar hervatting van de geneeskundeopleiding in Maastricht maakte dit onmogelijk. Gelukkig konden de experimenten worden overgedragen aan directe collegae, waardoor de lijn kort blijft en ik nog steeds betrokken kan zijn bij de vorderingen van dit project.  Living in ‘the Beantown’
Het leven in Boston is mij bijzonder goed bevallen. Dankzij een gezellig studentenhuis in een van de studentenwijken van de stad kwam ik spoedig in contact met een sterk gevarieerde groep van leuke mensen. Een andere bron van nieuwe contacten en veel plezier was het oppakken van mijn favoriete sport, honkbal. Tot mijn achttiende jaar had ik deze sport fanatiek beoefend in Nederland en mijn verblijf in Boston bood de ideale gelegenheid om hieraan een vervolg te geven. Geen plek ter wereld waar deze sport op zo’n grote schaal gespeeld wordt en waar men zo intens meeleeft met de lokale trots, de Boston Red Sox. Ik heb met volle teugen genoten van de wedstrijden in de ‘vrienden-league’ en een spannend slot van de World Series of Baseball. Met een economische crisis van formaat en een historische presidentsverkiezing was het in maatschappelijk opzicht een zeer interessant jaar om in Amerika te verblijven. Zeker in een progressieve stad als Boston, bakermat van de Kennedy dynastie, beheersen dergelijke onderwerpen het dagelijks gesprek en werd aan mijn interesse voor (internationale) politiek maximaal beantwoord. Boston is een prettige stad voor studenten. Ondanks de betrekkelijk kleine omvang zijn er talloze gelegenheden om plezier te hebben met goede vrienden. Met wereldsteden als New York en prachtige staten als Maine in de nabijheid is ook buiten Boston meer dan voldoende te ontdekken. Gelukkig heb ik de gelegenheid gehad hiervan het nodige mee te pakken. Al met al ben ik ervan overtuigd dat mijn verblijf in Boston mij zeer heeft verrijkt als onderzoeker, als toekomstig arts en als persoon. Dankzij een inkijk in een van de meest productieve academische centra ter wereld heb ik mijn onderzoeksystematiek naar een hoger plan kunnen trekken. Ik heb een indruk gekregen van de potentie van de medische wetenschap en de impact voor de kliniek. Tenslotte heb ik zowel binnen als buiten het ziekenhuis geweldige mensen ontmoet waar ik van geleerd heb en plezier mee heb gemaakt. Ik heb dit alles kunnen doen in een schitterende stad onder zeer prettige omstandigheden. Dit alles had ik zonder de steun van de Saal van Zwanenberg Stichting niet in deze vorm kunnen doen. Hiervoor ben ik bijzonder dankbaar. |