 Introductie
De afgelopen anderhalf jaar heb ik mijn wetenschappelijke stage voor Biomedische Wetenschappen gelopen in de stad Vancouver, gelegen aan de westkust van Canada. Oorspronkelijk was ik van plan om niet langer dan 9 maanden weg te blijven, echter, zowel vanwege wetenschappelijke als persoonlijke redenen heb ik na deze tijd besloten mijn stage te verlengen. Mijn onderzoek verliep tot dan toe erg voorspoedig en mijn begeleider, Professor Michael Hayden, wilde dan ook graag dat ik langer bleef. Daarnaast was Vancouver een beetje mijn nieuwe thuis geworden waar ik me nog best een tijdje kon vermaken. Zonder twijfel kan ik zeggen dat Vancouver de mooiste stad is waar ik ooit geweest ben. De stad ligt precies op het snijpunt van drie natuurverschijnselen: the straight of Georgia (een uitloper van de Stille oceaan), de uitmonding van de Fraser River en de Coast Mountains. De stad
Behalve dat Vancouver werkelijk een prachtige stad is om te wonen, zijn de mogelijkheden voor sport en ontspanning ook ruimschoots aanwezig. In de mooi-weer maanden, ruwweg van mei tot september, leven de de mensen daar zoveel mogelijk buiten de deur. Zeker omdat het klimaat de rest van het jaar op z’n zachts gezegd nogal regenachtig is, is dit het moment om te genieten van de vele buitenactiviteiten die deze stad te bieden heeft. Zelf heb ik in de 2 zomers die ik er heb meegemaakt ruimschoots genoten van het buitenleven van Vancouver, o.a. door mijn duikbrevet te halen, verschillende keren te gaan raften en niet te vergeten parachute-springen. Maar bovenaan in dit rijtje staat denk ik toch het lopen van de west-coast-trail, een wandeltocht van ongeveer 75 km langs de kust van Vancouver island. Bepakt met alles wat je nodig hebt om in leven te blijven kun je deze tocht in 6-8 dagen lopen, afhankelijk van het tempo dat je erachter wil zetten; een unieke ervaring!
Zoals gezegd is Vancouver de rest van het jaar wat klimaat betreft niet om over naar huis te schrijven. Maar er is 1 groot voordeel aan de wintermaanden, al die neerslag die als druilerige motregen in de stad valt, komt een half uurtje verderop in de bergen als poederwitte sneeuw naar beneden. Voor skiërs is Vancouver in de koude maanden dan ook een absolute toplokatie. Een groot deel van de bewoners verplaatst zich ’s avonds na het werk naar de coast mountains om daar nog een paar uur te gaan avond-skiën. En in de weekenden kun je als echte liefhebber, mits je er de tijd en het geld voor over hebt, naar het 2 uur verderop gelegen Whistler gaan, een gebied dat door vele skiers gezien wordt als het beste skigebied van Noord-Amerika. De stage
Mijn stage speelde zich af binnen de muren van het ‘centre for molecular medicine and therapeutics’, in het laboratorium van Professor Michael Hayden. De focus van het onderzoek van dit lab lag op het gebied van de hart- en vaatziekten en met name op de rol die de ABCA1 transporter speelt in het cholesterol metabolisme. Deze transporter, waarvan in 1999 door Professor Hayden en twee andere onderzoeksgroepen ontdekt werd dat mutaties hierin de oorzaak zijn van de ziekte ‘Tangier Disease’, speelt een essentiële rol bij de vorming van HDL-cholesterol, het zogenaamde goede cholesterol. Vanwege de beschermende werking van HDL tegen de ontwikkeling van atherosclerose wordt ABCA1 algemeen beschouwd als een potentieel nieuw aangrijpingspunt voor de ontwikkeling van een nieuwe reeks HDL verhogende medicijnen. Aangezien traditionele medicatie alleen het ‘slechte cholesterol’ (LDL) aanpakt, zouden deze medicijnen een revolutie betekenen in de behandeling tegen hart- en vaatziekten.
Gedurende mijn stage heb ik mij met verschillende onderzoeksprojecten beziggehouden. Mijn voornaamste project richtte zich op de ontwikkeling en karakterisatie van een ‘humanized ABCA1 mouse model’. Dit is een genetisch gemodificeerd muizenmodel waarbij het muizen ABCA1 gen ‘uitgeknockt’ is en het humane ABCA1 gen ervoor in de plaats is ruggezet. Hierdoor hebben we transgene muis gecreëerd die ‘gehumanizeerd’ is voor het ABCA1 gen. Dergelijke muizenmodellen hebben verschillende toepassingsmogelijkheden. Ten eerste kan bestudeerd worden hoe het humane gen zich gedraagt t.o.v. het muizengen. Dit is van groot belang aangezien wij m.b.v. bio-informatics hebben aangetoond dat er belanrijke potentiële verschillen zijn tussen het humane- en het muizengen, met name op het gebied van de genregulatie. Ten tweede kan een dergelijke muizenmodel belangrijke nieuwe informatie over het menselijke ABCA1 gen opleveren aangezien de mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek in muizen veel uitgebreider zijn dan in mensen. Ten derde kunnen deze transgene muizen goed als model dienen voor het ontwikkelen en testen van nieuwe geneesmiddelen. Omdat het ‘humanized ABCA1 mouse model’ een veel betere benadering is van het menselijke cholesterol metabolisme kunnen effecten en bijwerkingen van nieuwe medicijnen nauwkeuriger getest worden. Naast dit project heb ik nog meegewerkt aan 4 andere projecten. Twee van deze projecten richtten zich op de rol die de lever speelt in het ABCA1 metabolisme. Het derde project betrof een inventarisatie van de belangrijkste menselijke ABCA1 mutaties. In het laatste project werd bestudeerd welke rol eiwit-palmitoylering speelt bij de traficking en functie van ABCA1.  Behalve dat deze stage mij de kans heeft geboden bekend te raken met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, ben ik ook door professor Hayden in de gelegenheid gesteld om ervaring op te doen met het publiceren en presenteren van wetenschappelijke bevindingen. Het artikel waarin ik de resultaten van het ‘humanized mouse model’ heb ik opgeschreven is onlangs door het tijdschrift ‘journal of lipid research’ geaccepteerd voor publicatie. Ook de overige projecten bevinden zich in een vergevorderd stadium en zullen op korte termijn ter publicatie worden aangeboden. Tevens heb ik gedurende mijn stage een tweetal review artikelen geschreven voor het wetenschappelijke tijdschrift ‘Clinical genetics’ waarin recente ontdekkingen op het gebied van de genetica worden besproken, respectievelijk op het gebied van de auto-immuun ziekten en progeria. Tot slot heb ik twee congressen bezocht waar ik onze wetenschappelijke bevindingen heb gepresenteerd, in 2003 het AHA congres in Orlando, Florida, en in 2004 het ATVB congres in San Francisco. Terugblik
Terugkijkend op mijn stage ben ik heel erg blij dat ik van de gelegenheid gebruik heb gemaakt om een gedeelte van mijn studie in het buitenland te volgen. Uiteraard was het zonder financiele steun van o.a. de Saal van Zwanenbergstichting nooit mogelijk geweest om mijn stage te bekostigen. Ik denk dat het heel goed dat er in Nederland dit soort stichtingen zijn die studenten steunen in het volgen van een stage buiten Nederland. Behalve dat het natuurlijk een unieke ervaring is om zo’n lange periode weg van thuis te zijn, geeft een buitenlandse stage ook een totaal nieuwe dimensie aan je studie. Je krijgt een goed beeld hoe anders er tegen zaken wordt aangekeken in andere landen, hetgeen enige nuance aanbregnt in de Nederlandse manier van doen. Een van de dingen die mij bijvoorbeeld is opgevallen, is hoe verschillend Nederlanders en Noord-Amerikanen tegen werken aankijken. Waar voor de meeste Nederlanders hun baan zich afspeeld in een keurig afgebakende 36-urige werkweek, was het op mijn lab (en andere labs) heel gewoon dat iedereen gemiddeld 50-80 uur in de week werkte. Al met al heb ik een te gekke tijd in Vancouver gehad en ik kan iedere student aanraden om als ze ook maar even de kans hebben ook een deel van hun studie in het buitenland te volgen.
|